Vakgroep Restauratie informatiebulletin

NUMMER 18/2016

KEUZES MAKEN!

ERFGOEDFAIR

Veel partijen in de erfgoedsector zijn op zoek naar een goede plek om in contact te komen met particuliere monumenteneigenaren. Zo’n 65% van de rijksmonumenten in Nederland zijn immers woonhuizen. Een grote groep eigenaren is dus regelmatig op zoek naar informatie en inspiratie voor het onderhoud en de restauratie van hun pand. Op de Erfgoedfair staat de particulier centraal, vandaar dat de Vakgroep Restauratie kiest voor dit event. Op andere (commerciële) vakbeurzen zijn wij voorlopig niet te vinden. Met ingang van dit jaar wordt de Erfgoedfair twee maal georganiseerd en dit op verschillende plekken in het land.

Uiteraard worden er steeds prachtige monumentale locaties gekozen. Zo kunnen veel particulieren en bedrijven elkaar in een passende setting ontmoeten. Hopelijk treffen we u op zaterdag 5 november 2016 in de monumentale ENKA-kantine in Ede en tijdens de komende edities elders in het land.

‘NAAR EEN DUURZAME INSTANDHOUDING VAN HET GEBOUWDE ERFGOED’

Drie belangrijke spelers in het restauratieveld: architecten, hoofd- en gespecialiseerde aannemers hebben gezamenlijk hun kijk op de monumentensector op papier gezet. Hoe ziet het stelsel er nu uit, welke richting gaat de monumentensector op, wat is de rol van alle partijen, hoe staat het met kwaliteit, vakmanschap en opleidingen? Geen eenvoudige vragen. De leden van de Vereniging van Architecten Werkzaam in de Restauratie (VAWR), het platform Gespecialiseerde Aannemers Restauratie en de Vakgroep Restauratie hebben zich gebogen over deze vragen en input geleverdvoor het rapport ‘Naar een duurzame instandhouding van het gebouwde erfgoed’.

Jan van de Voorde heeft, in opdracht van de uitvoerende restauratiesector, een helder beeld weten te schetsen. Ook heeft hij duidelijk weergegeven op welke knelpunten architecten en bouwbedrijven in hun dagelijks werk stuiten. Veel van deze punten kunnen gezamenlijk worden opgelost. Daar bestaat ook grote bereidheid toe. Maar er zijn ook zaken waar we andere partijen bij willen betrekken. Conceptversies van het rapport zijn dus ook besproken met onder meer de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het Nationaal Restauratiefonds, de Federatie Instandhouding Monumenten en de Federatie Grote Monumentengemeenten.

De inventarisatie ligt er nu in de vorm van het rapport, u kunt het vinden op onze website. In de komende tijd zullen we gezamenlijk de volgende stap zetten. De toekomstvisie begint vorm te krijgen. Bij deze roep ik alle partijen, die een concrete bijdrage willen en kunnen leveren, op om aan te haken. Gezamenlijk op ‘naar een duurzame instandhouding van het gebouwde erfgoed’.

Flip van de Burgt, voorzitter, november 2016

FISCALE AFTREK VAN MONUMENTEN ONDER DRUK

Op Prinsjesdag heeft de Minister van OCW, mede namens de staatssecretaris van Financiën, bekend gemaakt, dat zij de fiscale aftrek van onderhoudskosten aan monumenten wil beëindigen. Dit voornemen moet nog door de Tweede Kamer worden bekrachtigd en inmiddels komen veel reacties van belanghebbenden (eigenaren en organisaties) los tegen het intrekken van deze regeling.

De leden van de Vakgroep Restauratie zullen zeker met de gevolgen van deze maatregel worden geconfronteerd, omdat één van de risico’s zal zijn dat eigenaren op hun onderhoudskosten gaan bezuinigen. Dat kan zijn doordat minder of geen onderhoud zal worden uitgevoerd of dat het onderhoud wordt uitgevoerd door goedkope en minder deskundige bedrijven.

VOORGENOMEN INTREKKING VAN DE FISCALE AFTREK

Om meerdere redenen is de Vakgroep tegen de voorgenomen intrekking van de fiscale aftrek van de onderhoudskosten aan monumenten. Allereerst omdat er in ons land tot op heden een systeem bestaat waarbij eigenaren recht hebben op een financiële compensatie voor de belemmeringen als gevolg van de aanwijzing van rijksmonumenten. Eigenaren van woonhuizen kunnen een beroep doen op de fiscale aftrek van onderhoudskosten én op een laagrentende lening bij het Nationaal Restauratiefonds (NRF), terwijl de eigenaren van de overige monumenten een beroep kunnen doen op een subsidie op grond van de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim).

Met de intrekking ontstaat er een tweedeling: één groep eigenaren wordt wel gecompenseerd en een andere groep dus niet (meer). En dat terwijl nog maar zeer onlangs door toedoen van de Tweede Kamer de onderhoudsplicht is opgenomen in de op 1 juli 2016 in werking getreden Erfgoedwet.

In allerlei documenten, soms van zeer recente datum, wordt vanuit de rijksoverheid gewezen op de mogelijkheid van de fiscale aftrek. De onlangs uitgekomen brochure “Monumentaal wonen” is hiervan een goed voorbeeld.

Verder is al een aantal keren gewezen op de evaluatie van de Sim. Zonder deze evaluatie af te wachten, wordt er nu reeds een besluit genomen. In 2012 is de drempel in de fiscale aftrek afgeschaft, waarmee is bevorderd dat er een structurele aandacht voor instandhouding is. Een analyse van deze aanpassing ontbreekt, waarmee het besluit tot intrekking “uit de lucht komt vallen”.

EEN GOEDE ANALYSE GEWENST

Aan de overwegingen van de Minister kan worden getwijfeld. Geen van de overwegingen is goed onderbouwd en een enkele overweging is zelfs niet juist. Met name een goede analyse van de fiscale aftrek in relatie tot effecten van het uitgevoerde onderhoud zou erg gewenst zijn.

In de afgelopen jaren is ook door de aannemers geïnvesteerd in kwaliteit (erkennings- en uitvoeringsregelingen) en in opleidingen. Deze ingreep zien wij helaas niet als een beloning voor onze inspanningen…

KIWA-AUDITOREN WEER OP KOERS

Alle leden van de Vakgroep Restauratie zijn Erkend Restauratie Bouwbedrijf (ERB). Eén maal per jaar krijgt een ERBbedrijf een audit van de onafhankelijke certif icerende instelling Kiwa. Zowel het restauratievakmanschap als de bedrijfsprocessen worden dan goed onder de loep genomen door de restauratiedeskundigen, die Kiwa inschakelt en de eigen auditoren.

Het ‘ERB-team’ kwam recent bijeen om de interpretatie en toepassing van de diverse eisen goed door te spreken tijdens het zogeheten ‘harmonisatieoverleg’.

Staand vlnr: Theo Smit, Klaas Boeder, Robert Vuursteen, Piet Poortman. Zittend vlnr: Jitse Brak, Wim Rohaan. Meindert Reinders, Alex Bouhuizen. Op de foto ontbreekt Klaas Schoots.

CONTINUÏTEIT

Het is moeilijk om in deze tijd als aannemer continuïteit in je restauratiewerk te houden. De werken worden kleiner van omvang. Er komt meer onderhoudswerk, dat onder de BRIM-subsidieregeling valt, op ons pad. De bedragen en uitvoeringsperiodes daarvan zijn gering. De inzet van materieel (steigers, keten, liften, e.d.) varieert van week tot week. De grote werken, waar je als bedrijf één of meerdere jaren aan bezig bent, zijn in Nederland nog op één hand te tellen.

Het kan dus zomaar gebeuren, dat je op een dag gebeld wordt door Kiwa voor een zogeheten ‘vliegende ERB-audit’ en je met verontschuldigingen moet komen en zeggen dat je geen restauratiewerk in uitvoering hebt. Verbazing aan beide kanten. Wat overkomt ons nu? Er staan enkele werken, hoewel nog van geringe omvang, op stapel. Geen man overboord dus, maar het geeft toch te denken.

Inmiddels hebben we intern kunnen vaststellen hoe een en ander gelopen is. We hebben weer een leermoment meegemaakt: kijk verder vooruit dan je neus lang is! Wat in het vat zit, verzuurt niet, maar kon wel eens wat langer blijven zitten dan je denkt. Ga ook in goede, drukke tijden de markt op om te zoeken naar aanvullend werk. Verbreed je gezichtsveld! Staar je niet blind op een enkel onderdeel van het restauratievak, maar maak diversiteit mogelijk.

Dit was mijn laatste bijdrage voor deze column, want ik ga binnenkort met pensioen, het ga jullie goed!

Ad

GROTE LIJNEN UITGEZET, NU AANDACHT VOOR DETAILS

VOORTGANG PROJECT CENTRUM VOOR RESTAURATIETECHNIEK

Het project Centrum voor RestauratieTechniek is op de helft. In 2014 verenigde de restauratiebranche zich om de restauratieopleidingen te redden en om deze opleidingen een duurzame toekomst te geven. Daarvoor dienden de opleidingen aangepast te worden aan de eisen van de Minister van OCW en aan de eisen van de restauratiebedrijven. Ook aan een aantal andere wensen wordt uitvoering gegeven: tot 2018 wordt hard gewerkt aan een goede infrastructuur over het land, state-of-the-art opleidingen voor tal van restauratiedisciplines, doorlopende leerlijnen van MBO-2 tot wetenschappelijk niveau, kwaliteitsborging in de vorm van persoonsgebonden certificering en kennisdeling.

Momenteel wordt de lesstof geschreven voor drie nieuwe opleidingen en diverse keuzedelen over restauratie, die vanaf september 2017 gegeven gaan worden. Eind 2016 zal tot in detail bekend zijn hoe de nieuwe opleidingen Restauratie Timmeren/Metselen (niveau 4) en Restauratie Voegen (niveau 3) eruit zullen zien. Dat moet ook, want in januari 2017 starten de scholen met het werven van leerlingen. Dit wordt een flinke uitdaging. In de bouw en de restauratie wordt namelijk een tekort aan vaklieden verwacht, terwijl de instroom van leerlingen al jaren daalt.

Jongeren, die kiezen voor de restauratie, gaan een mooie loopbaan tegemoet met vele mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling, zoals bij- en nascholing en vervolgopleidingen. Binnen het project Centrum voor RestauratieTechniek wordt onderzocht hoe persoonsgebonden certificatie, in de volksmond ‘restauratiepaspoort’, er precies uit kan gaan zien. Het restauratiepaspoort geeft waardering aan het vakmanschap van de individuele vakman, een mooie, maar ook nodige aanvulling op de huidige bedrijfscertificering. In de restauratie werken steeds meer vaklieden als zzp-er en het is belangrijk, dat zij hun vakmanschap ook kunnen laten beoordelen, waarderen en erkennen.

Een ander belangrijk punt voor zzp-ers is de vraag hoe zij hun vakmanschap kunnen (blijven) ontwikkelen. Als zij zich melden voor een restauratieopleiding lopen ze tegen de eis aan, dat ze als leerling in dienst moeten zijn van een erkend leerbedrijf. Er zijn verschillende oplossingen denkbaar voor dit praktische punt, zoals bijvoorbeeld begeleiding door een onafhankelijke organisatie als de Monumentenwacht.

Aan het project wordt bijgedragen door 14 partners, waarvan de Vakgroep Restauratie er één is. Gaandeweg blijkt het project ook nieuwe partijen aan te trekken, die graag samenwerken. Zo zijn er bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van het restauratiepaspoort gesprekken met de Nederlandse Vereniging van Leidekkers. Het is mooi om te zien dat het project de samenwerking in de restauratiebranche bevordert en dat organisaties en disciplines naar elkaar toe groeien. Om alle resultaten van het project duurzaam te verankeren, wordt een nieuwe stichting opgericht, die begin 2017 gelanceerd zal worden. De Vakgroep Restauratie is verheugd over de vorderingen en de vooruitzichten van het project.

OPBOUW PANDEN BRINK IN DEVENTER NA GROTE BRAND

Na de brand op 23 maart 2016 werd PHB Deventer nog dezelfde dag benaderd door de eigenaar van Brink 23, NV Bergkwartier Deventer. ‘Wij gaven natuurlijk gehoor aan de vraag om snel vier vaklieden beschikbaar te stellen’, vertelt Hennie Schrijver, projectleider bij PHB. ‘Onze mensen hebben de resterende bouwdelen veilig gesteld. Verder hebben zij de daken, waar mogelijk, afgedicht.

Tijdens de werkzaamheden en in goed overleg met de gemeente en constructeur Wim Prinsse, is er een plan bedacht om de gevel van het naastgelegen pand Brink 22 zo te verankeren, dat deze niet naar voren kon vallen. Eigenaar PubStone gaf direct alle medewerking om de monumentale gevel van Brink 22 te verstevigen, zodat de mooie gevel kon blijven staan’.

Projectinformatie:

  • NV Bergkwartier Deventer, Pubstone Properties BV – opdrachtgevers
  • Janleo van de Laar (monumentenzorg), Gerard Huiskamp (Bouw en Woningtoezicht) – gemeente Deventer
  • PHB Deventer BV – hoofdaannemer
  • Venema Gevelrestauratie BV, Apeldoorn, Mulder Installatietechniek, Deventer en Wolters Schilderwerken, Deventer – gespecialiseerde aannemers

‘Nu zijn we volop bezig met het herstel van de balklagen en kappen. De grootste schade is aan Brink 22. Hier is bijna de gehele kap verbrand en zijn er alleen spanten behouden gebleven. We hebben deze spanten licht schoon gestraald. Jammer genoeg hebben de vloerdelen en balklagen de brand nauwelijks doorstaan, die moeten grotendeels vervangen worden. Ook de verbrande spanten en sporen worden vervangen door nieuwe eiken delen. Alle muurplaten en wurmtbalken zijn verbrand en worden ook vervangen door eiken delen.

Op Brink 23 is de kapconstructie vooral beschadigd. De oude pannen, die nog op het dak lagen, zijn er afgehaald en veilig gesteld voor hergebruik. Verder worden ook hier veel balken gereinigd en geheel of gedeeltelijk vervangen’.

Inmiddels is PHB Deventer volop bezig met de herstelwerkzaamheden en de wederopbouw van de kap. Alle vaklieden werken met volle overgave en plezier aan dit project. De samenwerking met de opdrachtgevers en de gemeente verloopt soepel. ‘Op deze manier kun je de voortgang van de werkzaamheden er goed inhouden’, constateert Schrijver tevreden. Het is de bedoeling dat beide panden weer voor de kerst 2016 wind- en waterdicht zijn.

Colofon

November 2016
Dit is een uitgave van de Vakgroep Restauratie, de branchevereniging van erkende restauratie bouwbedrijven.

Postbus 2079
3800 CB Amersfoort
Tel: 033 465 94 65
info@vakgroeprestauratie.nl
www.vakgroeprestauratie.nl

Redactie: Agnes van Alphen en Ad Wonders met bijdragen van: Jan van de Voorde (fiscale aftrek) en Els Arends (Centrum voor RestauratieTechniek)

Ontwerp en realisatie: Ontwerpgroep Lâle, Amersfoort

Foto’s en illustraties zijn aangeleverd door:
Arjen Veldt Fotografie, PHB Deventer, Agnes van Alphen