Vakgroep Restauratie informatiebulletin

NUMMER 17/2015

HET IS TIJD VOOR VERNIEUWING

Ondanks de overvloed aan digitale informatievoorziening hebben wij als restauratiebouwers behoefte om monumenteneigenaren ‘fysiek’ te ontmoeten. Wij willen graag een duurzame relatie met onze toekomstige klanten opbouwen. En dat kan het beste door specialistische, kleinschalige en exclusieve ontmoetingen. Momenten waarop je kunt uitleggen wat er mogelijk is op het gebied van onderhoud, restauratie en herbestemming. Gesprekken voeren over duurzaamheid, vakmanschap, energiebesparing, vergunningen, subsidies en ga zo maar door. Want al speurend op het internet is veel te vinden, maar lang niet alles.

Er worden het hele jaar door allerlei commerciële beurzen georganiseerd. Maar de exposanten én bezoekers zijn daar vooral onze vakgenoten. De monumenteneigenaar komt zomaar niet zijn huis uit. Hoe kunnen wij dan wel in contact komen met de eigenaar?

Wij bleken niet de enige te zijn met deze vraag. Ook partijen als de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het Nationaal Restauratiefonds, de vereniging van restauratiearchitecten en de Monumentenwachten waren op zoek naar een methode om een goed rechtstreeks contact met de monumenteneigenaar op te bouwen. Met een grote groep van organisaties is een concept uitgedacht, dat in het voorjaar van 2016 van start gaat.

De erfgoedsector gaat zelf gezamenlijk ‘events’ organiseren. Meerdere keren per jaar zal op inspirerende monumentale plekken in het land een informatieve en vermakelijke Partners in restauratie, onderhoud en herbestemming sector ook heel wat te bieden tenslotte. Denk aan het vele industriële erfgoed in ons land, maar ook aan landgoederen of kloosters. Prachtige locaties voor erfgoedhappenings, waar organisaties en bedrijven op een laagdrempelige manier in contact kunnen komen met de monumenteneigenaar.

De komende tijd wordt hard gewerkt aan het eerste event, dat in het voorjaar van 2016 zal plaatsvinden. Meer weten? Wij zetten u graag op de mailinglijst, dus meld u zich gerust alvast bij ons aan!

Flip van de Burgt, voorzitter, november 2015

VAN MBO TOT UNIVERSITEIT: RESTAUREREN KUN JE BLIJVEN LEREN

Zowel de uitvoerende restauratiebranche als de onderwijsinstellingen streven naar een aangesloten leerlijn voor alle vakdisciplines, van MBO naar HBO en vervolgens naar WO.

DE PLANNEN VAN HET PLATFORM ERFGOED OPLEIDINGEN

In het najaar van 2014 is, onder het motto ‘op weg naar een Centrum voor Restauratietechniek’, een groot project van start gegaan. Het Platform Erfgoed Opleidingen, bestaande uit een brede groep van organisaties die actief zijn in deze sector, maakt zich in de komende jaren sterk om structurele verbeteringen door te voeren in het restauratieonderwijs. Eén van de thema’s is het realiseren van een betere aansluiting tussen middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs. Om te beginnen is een inventarisatie gemaakt van de situatie in één vakgebied, t.w. restauratieschilderen. De bevindingen zullen worden gebruikt om in meerdere restauratiedisciplines verbeteringen door te gaan voeren.

WELKE OPLEIDINGEN ZIJN ER?

De vakscholen Nimeto in Utrecht, Cibap in Zwolle en Sint Lucas in Boxtel werkten mee aan het onderzoek, dat werd verricht door een werkgroep onder leiding van Gerard Scholten. Hij was voorheen als docent en coördinator verbonden aan het Cibap en de Hogeschool Windesheim. De bovengenoemde vakscholen verzorgen momenteel de vierjarige opleiding Specialist schilderen Decoratie & Restauratie op niveau 4. Op dit moment is het zo dat de scholen hiervoor alle drie een eigen aanpak hebben op basis van één kwalificatiedossier. Er zijn geen specifieke vervolgopleidingen voor restauratieschilderen op HBO-niveau. Verwante opleidingen zijn er wel, zoals de bachelor Cultureel Erfgoed aan de Reinwardt Academie in Amsterdam, de opleiding Archeologie aan de Hogeschool Saxion in Deventer en diverse studierichtingen aan kunstacademies. Op universitair niveau bestaat een universitaire masteropleiding Conservering en restauratie van Cultureel Erfgoed aan de Universiteit van Amsterdam.

ENKELE CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Zowel branche als onderwijs hebben behoefte aan beroepsopleidingen met een uniforme basisinhoud. Het is dus belangrijk dat de drie MBO-opleidingen investeren in één goede opleiding. De instellingen afzonderlijk hebben niet voldoende ontwikkelcapaciteit, maar door doelmatig samen te werken kan wel een kwalitatief hoogwaardige opleiding worden neergezet. Hierdoor wordt versnippering over meerdere scholen tegengegaan. Tevens kan zo gewerkt worden aan keuzeblokken waarmee studenten worden voorbereid op een eventuele vervolgopleiding op Zowel de uitvoerende restauratiebranche als de onderwijsinstellingen streven naar een aangesloten leerlijn voor alle vakdisciplines, van MBO naar HBO en vervolgens naar WO. HBO-niveau. Het ontbreken van een specifieke opleiding op HBO-niveau vormt overigens ook een punt van aandacht. De werkgroep adviseert om een vervolgopleiding op het niveau ‘Associate degree’ (Ad) op te zetten voor een praktische leerweg, die gericht is op de excellente leerlingen én voor een theoretische leerweg waar-mee een leerling kan doorstromen naar het HBO. Deze Adopleiding op niveau 5 slaat zo een brug tussen MBO en HBO. Nader overleg met deze opleidingen en de arbeidsmarkt is nodig om een goede aansluiting met een sterke inhoud te creëren.

TOEKOMSTBEELD

Dit eerste onderzoek maakt duidelijk dat er veel kan worden bereikt met een goede samenwerking tussen onderwijspartijen onderling enerzijds en tussen het onderwijs met de uitvoerende bedrijven anderzijds. De bereidheid hiertoe blijkt groot te zijn; alle partijen winnen immers bij de kwaliteitsverbetering die het oplevert. Niet in de laatste plaats is de student erbij gebaat. Hij of zij kiest straks een vak dat meer perspectief biedt.

ERFGOEDLOGIESBONNEN UITGEREIKT

De bezoekers van de stand van de Vakgroep Restauratie op de restauratiebeurs kregen niet alleen een Bossche Bol. Zij konden ter plekke ‘volger’ worden op Twitter, LinkedIn of Facebook en zo meedingen naar een Erfgoedlogiesbon ter waarde van € 100. Aan het einde van iedere beursdag werd één bon verloot.

Hier ziet u de gelukkige winnaars:

Ineke Vink uit Dordrecht ontvangt de bon van Vakgroep-bestuurslid Gerard den Hoed. Nathalie Vossen uit Leusden krijgt de bon van Vakgroep-secretaris Agnes van Alphen. De heer en mevrouw Kistemaker uit Abbekerk zijn met de bon direct op de motor vertrokken naar een mooi erfgoedlogies



NOG MEER AANDACHT VOOR VAKMANSCHAP

Via de social media bereikt de Vakgroep Restauratie elke week zo’n 5.000 belangstellenden met korte berichten over het vak. Vanuit alle lidbedrijven worden nieuwtjes geplaatst op LinkedIn, Twitter en Facebook. Er wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan restauratieprojecten, jubilea van medewerkers, vacatures en natuurlijk evenementen zoals de Open Monumentendag.

In de top 10 van meest gewaardeerde berichten staan foto’s van restauratievaklieden, die aan het werk zijn op prachtige projecten. Maar ook de rubriek ‘Vraag het de vakman’ slaat erg aan. Overigens zijn de Vakgroep-leden zelf ook steeds vaker te vinden op de social media. Dit is immers dé manier om vlot te communiceren. Van alles komt voorbij: restauratie-opleidingen, technische weetjes, actualiteiten en veel mooie beelden van ons fotogenieke vakgebied. Neem ook eens een kijkje. Op Twitter zijn we te vinden als @vakres. Op Facebook en LinkedIn zoekt u ons onder de naam Vakgroep Restauratie.

KWALITATIEF GOED UITGEVOERD WERK STAAT VOOR DUURZAAMHEID

Drie vragen aan Philip Rogaar, hoofd gebouwen bij Natuurmonumenten.

Natuurmonumenten bezit veel gebouwd erfgoed. Hoe gaat u om met uw monumenten?

Wij beheren 3.500 bouwwerken, maar hieronder vallen bijvoorbeeld ook grenspalen en bruggen. Onder deze werken tellen we 2.000 gebouwen, waarvan er ruim 500 een monumentale status hebben. Onze filosofie als grote monumenteneigenaar is ‘behoud door ontwikkeling’. Wij zijn bereid om bouwkundige ingrepen te verrichten waar nodig, maar vinden het belangrijk dat de integriteit van het monument in tact blijft. Wij zijn vereerd dat we de status van Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM) hebben verworven. Daarmee bevinden we ons in de kopgroep van monumenteneigenaren. Dit versterkt onze verantwoordelijkheid om bij bouwkundige ingrepen zorgvuldig afwegingen te maken. We willen trots kunnen zijn op het resultaat.

Hoe pakt Natuurmonumenten al het onderhoud- en restauratiewerk aan?

Voor het reguliere onderhoud van de vele kleine bouwwerken hanteren we als basis een meerjaren onderhoudsprogramma. Wat vindt Natuurmonumenten van de richtlijnen, die de erfgoedsector binnen de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg tot stand heeft gebracht? Wij werken graag met gecertificeerde bedrijven, omdat kwaliteit van restauratie- en onderhoudswerk voor ons belangrijk is. Maar er zijn ook veel niet-gecertificeerde bedrijven, die goed werk leveren. Denk daarbij vooral aan kleine lokale partijen, die veel in de onderhoudssfeer actief zijn. Onze eigen bouwkundig medewerkers zijn goed op de hoogte van de kwaliteitsnormen, die in de branche gehanteerd worden. Bij ons ligt de focus sterk op kwaliteit. Een systeem van certificering maakt bedrijven vaak meer bewust van kwaliteit. Het is voor onze organisatie van belang om te werken met partijen, groot en klein, die hun vak goed verstaan. Het inzetten van de juiste mensen op de juiste plek, die waarderen en stimuleren, daar voelen wij ons ook verantwoordelijk voor. Wanneer het gaat om restauratie of herbestemming van monumenten, of in onze eigen optiek waardevolle gebouwen, laten we doorgaans eerst een cultuurhistorische waardestelling maken. Hierin staat wat behoudenswaardig is en waar ruimte is voor aanpassingen, maar ook wat gewenste aanpassingen zijn door bijvoorbeeld ontsierende ingrepen uit het verleden. Kortom, het biedt een goed toetsingskader voor het door ons te formuleren programma van eisen. We hebben zelf een architect, bouwkundigen gespecialiseerd in restauratietechniek en cultuurhistorische kennis in ons team, maar doen ook geregeld een beroep op externe deskundigen. We hebben per jaar meerdere restauratieprojecten op de planning en in uitvoering. Zo worden nu de voorbereidingen getroffen voor de gedeeltelijke restauratie van het Waterloopbos in Flevoland en de herbestemming van Kasteel Hackfort in Vorden. Ook zijn we bezig met de herbestemming van diverse forten uit de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam.

Wat vindt Natuurmonumenten van de richtlijnen, die de erfgoedsector binnen de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg tot stand heeft gebracht?

Wij werken graag met gecertificeerde bedrijven, omdat kwaliteit van restauratie- en onderhoudswerk voor ons belangrijk is. Maar er zijn ook veel niet-gecertificeerde bedrijven, die goed werk leveren. Denk daarbij vooral aan kleine lokale partijen, die veel in de onderhoudssfeer actief zijn. Onze eigen bouwkundig medewerkers zijn goed op de hoogte van de kwaliteitsnormen, die in de branche gehanteerd worden. Bij ons ligt de focus sterk op kwaliteit. Een systeem van certificering maakt bedrijven vaak meer bewust van kwaliteit. Het is voor onze organisatie van belang om te werken met partijen, groot en klein, die hun vak goed verstaan. Het inzetten van de juiste mensen op de juiste plek, die waarderen en stimuleren, daar voelen wij ons ook verantwoordelijk voor.

GROOT ONDERHOUD AAN DE VUURTOREN VAN MARKEN

De vuurtoren staat beter bekend als het ‘Paard van Marken’. Het Paard van Marken is de enige bewoonde vuurtoren van Nederland en wordt sinds 10 jaar bewoond. De toren ligt een flink stuk buiten de bebouwde dorpskern van Marken en is om die reden niet aangesloten op de elementaire nutsvoorzieningen (drinkwater, elektriciteit en riolering). De vuurtoren heeft een mooie geschiedenis en de onderhoudswerkzaamheden zijn dusdanig specif iek, dat samenwerking met Schakel & Schrale is gezocht.

Het Paard van Marken was eerst alleen een vierkante toren. Vanaf 1700 markeert deze, samen met de vuurtorens bij De Ven en Durgerdam, de route van de Waddenzee naar Amsterdam. De vuurtorens waren in het begin voorzien van olielampen naar ontwerp van Jan van der Heyden. In 1839 werd de vierkante stenen toren vervangen door een rond exemplaar op de oude fundering.
Later werd een bakstenen gebouw met een woning en een opslagplaats aan de vuurtoren gebouwd. Deze hebben de toren de karakteristieke vorm van een paard gegeven. In 1814 kreeg de toren een mistbel, die in 1919 werd vervangen door een misthoorn.
Regelmatig heeft de vuurtoren last van kruiend ijs. In 1971 was dit zo erg, dat de toren enkele centimeters van zijn plaats is geduwd. Sinds 1970 heeft de toren de status Rijksmonument.

WERKZAAMHEDEN

Het pannendak is vernieuwd, de scheurvorming in de gevel van het vuurtorengedeelte is hersteld en alle gevels, kozijnen en deuren zijn geschilderd. Ook aan de omgang van het lichthuis zijn diverse herstel- en schilderwerkzaamheden uitgevoerd. Omdat het om een rijksmonument gaat, is nauw samengewerkt met de afdeling monumentenzorg van de gemeente Waterland, waaronder Marken valt. De grote uitdaging in dit werk lag vooral in het transport van materialen en materieel. Buiten het feit dat je een ontheff ing moet hebben om überhaupt Marken binnen te mogen rijden, ligt er alleen een veredeld f ietspad van 1,75 m breed en 2 km lengte naar het Paard van Marken. Mens en materieel moesten dus allemaal over dit fietspad!

Colofon

November 2015
Dit is een uitgave van de Vakgroep Restauratie, de branchevereniging van erkende restauratie bouwbedrijven.

Postbus 2079
3800 CB Amersfoort
Tel: 033 465 94 65
info@vakgroeprestauratie.nl
www.vakgroeprestauratie.nl

Redactie: Agnes van Alphen,
Irene Stevens, Ad Wonders

Ontwerp en realisatie: Ontwerpgroep Lâle, Amersfoort
Foto’s en illustraties zijn aangeleverd door:
Burgy Bouwbedrijf Leiden, Arjen Veldt Fotografie, Gerard Scholten, Natuurmonumenten, Schakel & Schrale Amsterdam, Leontine van Geffen-Lamers Monumentenfotograaf.