Vakgroep Restauratie informatiebulletin

NUMMER 15/2014

HOE ‘ERKEN’ JE VAKMANSCHAP?

We kennen allemaal de foto’s van prachtig gerestaureerde monumenten in onze vakbladen: ‘robuuste kapconstructies, gedetailleerd timmerwerk en strak metselwerk onder mooie Hollandse wolkenluchten. De vakmensen, die dit prachtige restauratiewerk hebben verricht, ontbreken doorgaans in het beeld. Het werk is af, de steigers zijn afgebroken en de busjes naar huis. Maar door alleen het eindplaatje van het werk te tonen, mis je eigenlijk heel veel. Je mist ‘het echte werk’.

Neem bijvoorbeeld de restauratie van Jachthuis Sint Hubertus, één van de laatste grootschalige restauraties, die in ons land is uitgevoerd. Tijdens de werkzaamheden waren er op topdagen soms wel 100 vaklieden gelijktijdig aan de slag om dit monument in oude glorie te herstellen. Maar dat zou je niet zeggen als je de reportages in de diverse vakbladen ziet. Restauratievaklieden zijn sporadisch te zien op de foto’s. In de teksten wordt zelden verwezen naar de verschillende vakdisciplines en de bijzondere staaltjes vakmanschap die ten beste zijn gegeven. De restauratie bouwbedrijven, die zich inzetten om de nodige vakkennis in huis te halen en te houden, worden niet genoemd. Het lijkt wel alsof de enorme hoeveelheid werk als vanzelf heeft plaatsgevonden. Ik maak mij zorgen of we ons wel voldoende realiseren hoe belangrijk goed opgeleide en ervaren restauratievaklieden zijn voor het behoud van onze monumenten. En wat erbij komt kijken om de instroom en opleidingen van deze mensen te organiseren.

‘Goed uitgevoerd ambachtelijk werk verdient respect’, stelt RCE-directeur Cees van ’t Veen in het 2e RCE-magazine van dit jaar. En dat is precies wat we branchebreed samen zouden moeten doen. Laten we samen erkennen dat het restaureren, onderhouden en herbestemmen van monumenten een prachtig vak is. Een respectabel vak. Praat erover, schrijf erover en breng het in beeld. De vaklieden die dit werk neerzetten, verdienen op alle fronten erkenning. De imagoverbetering die dit tot gevolg zal hebben, is nodig om de toekomst van het restauratievakmanschap zeker te stellen. En dat is echt nodig. Want de kleine groepen gespecialiseerde restauratievaklieden zijn ook haast onzichtbaar in de opleidingswereld. In 2013 namen er pakweg 215 leerlingen deel aan restauratieopleidingen op 42 scholen. Dat is gemiddeld 5 leerlingen per opleiding! Het is geen wonder dat de toekomst van deze opleidingen onder druk staat. De gezamenlijke branches hebben de hulp ingeroepen van SOS Vakmanschap om een duurzame opleidingskolom voor de restauratiesector in te richten. Bundelen en samenwerken is de enige oplossing om de dreiging van opheff ing van opleidingen te keren. En dat is van groot belang.


Flip van de Burgt, juni 2014

KICK-OFF PLATFORM ERFGOEDOPLEIDINGEN: KENNISDELING EN SAMENWERKING ESSENTIEEL

Er is brede consensus onder restauratieprofessionals dat samenwerking essentieel is om het Nederlands cultureel erfgoed te behouden en te beheren. Op 20 maart jl. kwamen 60 deskundigen uit het onderwijs en bedrijfsleven bij elkaar om dit te onderstrepen en de kick-off te vieren van het Platform Erfgoedopleidingen. In de prachtige kapel van het klooster Ter Eem in Amersfoort bespraken de aanwezigen onder voorzitterschap van Sascha Baggerman (ROP Nederland) de groeiende eisen, die gesteld worden aan de kwaliteit van het werken aan erfgoed. Ze concludeerden dat samenwerking en kennisdeling essentieel is om goede kwaliteit te leveren.

Erik Kleijn, hoofd gebouwd erfgoed van de RCE, sprak over het belang van het ambachtelijk vakmanschap bij onderhoud en restauratie. “Het handmatige, aandachtige, ambachtelijke en vooral scheppende werk spreekt ook in de huidige samenleving tot een ieders verbeelding. Goed uitgevoerd ambachtelijk werk verdient respect”! Hij betreurt de versnippering van de kleine, specialistische opleidingen, terwijl er zoveel gewonnen kan worden met meer samenwerking. Het wegvallen van deze opleidingen zou volgens Kleijn betekenen dat kennis verdampt, die soms eeuwenlang overgedragen is van generatie op generatie.

Jaco Balemans onderstreepte namens de Vakgroep Restauratie hoe belangrijk het is dat branches, kenniscentra en opleidingen goed met elkaar samenwerken. “De zorg voor monumenten vereist hoogwaardige kennis op alle niveaus. Door het grote belang van de instroom van goed opgeleide vakmensen moeten de opleidingen geborgd worden en onderling goed op elkaar aansluiten”, verklaarde hij.

Het Platform Erfgoedopleidingen beoogt structurele kennisuitwisseling tussen disciplines en niveaus, een duurzame opleidingsinfrastructuur en gezamenlijke kwaliteitsborging. Een sterke stuurgroep vertegenwoordigt het werkveld en het betrokken onderwijs.

De stuurgroep:

  • Erik Kleijn, directie RCE
  • Flip van de Burgt, voorzitter VGR
  • Job Roos, voorzitter VAWR
  • Eddy Gruppen, directeur ROC van Twente
  • Suzanne Maarschalkerweerd, programmamanager UvA
  • Wim van der Maas, directeur Aannemersfederatie Bouw & Infra
  • Sascha Baggerman, directeur ROP Nederland
  • Jenny Doest, algemeen directeur SVGB

Gebruikmakend van de initiatieven die er zijn, gaan binnen het Platform Erfgoedopleidingen vijf werkgroepen aan de slag om te komen tot concrete voorstellen en acties:

  1. Versterking van kennisdeling.
  2. Een sterke positie van restauratieopleidingen in de kwalificatiestructuur.
  3. Aansluiting tussen opleidingen in het (v)mbo, hbo en wo.
  4. Versterking van de kwaliteit van de mbo-opleidingen.
  5. Erkenning van de kwaliteit van restauratievakmanschap.

De werkgroep, die zich buigt over de kwalificatiestructuur, heeft al flinke stappen gemaakt. De betrokken scholen, beroepsgroepen en kenniscentra verkennen de mogelijkheden van een gezamenlijk kwalificatiedossier rondom restauratievakmanschap. Dit dossier omvat zowel de restauratiekwalificaties op niveau 3 en 4 en volgt op het algemene vakmanschap. Het krijgt een gezamenlijke basis en afzonderlijke profielen per beroepsgroep. De overige werkgroepen zijn inmiddels ook samengesteld en zullen binnenkort van start gaan.

NIEUW KANTOOR VAKGROEP RESTAURATIE


Het secretariaat van de Vakgroep Restauratie verhuist op 1 juli 2014 naar het monumentale kloostercomplex Onze Lieve Vrouw ter Eem aan de Daam Fockemalaan 22 in Amersfoort. Het in 1932 door architect B.J. Koldewey ontworpen complex omvat een zusterklooster, kapel, twee scholen en internaten voor inwonende leerlingen. Door teruglopende leerlingaantallen sloten de scholen en het meisjesinternaat. De laatste kloosterzusters vertrokken in 2008. Inmiddels zijn verschillende bedrijven en opleidingsinstellingen in het klooster gevestigd. Per 1 juli 2014 kunt u er ook het secretariaat van de Vakgroep Restauratie vinden. Het correspondentieadres en telefoonnummer van de Vakgroep blijven hetzelfde.

ERFGOEDFAIR ‘WONEN IN HISTORIE’

Op zaterdag 21 juni 2014 vindt wederom een sfeervolle editie van de Erfgoedfair plaats. Op het terrein van Huize Hoevelaken staat deze dag alles in het teken van het wonen in een historisch pand. Standhouders bieden naast traditioneel vakmanschap, de mooiste producten op het gebied van stoffering, meubelen, verlichting, kunst, antiek, oude bouwmaterialen en tuinornamenten.

Advies van erfgoedspecialisten, bijzondere lezingen en unieke thematische rondleidingen maken deze dag compleet. De fair wordt georganiseerd door tijdschrift Herenhuis, in samenwerking met de RCE en het NRF. Eerdere edities van de fair op landgoed ’t Loo in Apeldoorn en bij museum De Koloniehof in Frederiksoord trokken grote aantallen erfgoedliefhebbers.

OUD ZEER

Oude kapconstructies werden tot 1987 vaak behandeld met een toen gebruikelijk bestrijdingsmiddel tegen houtborende insecten, met als werkzame stof lindaan. Als u in het verleden werkzaam was als restaurateur en heeft meegemaakt dat kapruimten werden bespoten, dan weet u dat bespoten ruimten gedurende twee dagen niet mochten worden betreden.

Lindaan werd tot 1987 gebruikt en behoort tot de Persistente Organische Verontreinigende stoffen (POV’s). Het kan na verloop van tijd uit het bespoten hout uitkristalliseren of uitgassen. Het gas verdwijnt door ventilatie, maar de kristallen blijven duidelijk te zien en te voelen. Deze kristallen bestaan grotendeels uit lindaan en zijn zeer giftig. Door aanraking kunnen deze in contact komen met de huid. Maar de kristallen kunnen ook terecht komen in de lucht en worden ingeademd. Als het bespoten hout later weer wordt verwerkt, denk bijvoorbeeld aan zagen, boren, schaven, demonteren en weer monteren, kunnen er in het houtstof en in de lucht weer sporen van lindaan terecht komen.

Het is dus aan te bevelen om, vóór het werken in bijvoorbeeld kapruimtes die in het verleden behandeld zouden kunnen zijn met bestrijdingsmiddelen, goed te onderzoeken of er lindaan is toegepast. In dat geval is het namelijk zaak om de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het gebruik van adembescherming (halfgelaatsmasker met P3-filter), veiligheidsbril, handschoenen en kledingbescherming (een goede overall, elke dag een schone). En voor het eten goed de handen wassen!

Kap- en vloerconstructies, die na 1987 zijn behandeld met insecticiden, vormen geen gevaar meer. Vanaf die tijd zijn er andere werkzame en vluchtige stoffen toegepast, die niet uitgassen of –kristalliseren en daardoor (nagenoeg) onschadelijk zijn voor zoogdieren en de mens.

U bent gewaarschuwd! Ad

COÖRDINATIE VAN HET BOUWPROCES IS DE KERNKWALITEIT VAN DE ERB-AANNEMER

Drie vragen over restauratiekwaliteit aan de leden van de Vakgroep Restauratie, allen ‘Erkend Restauratie Bouwbedrijf’ (ERB).

Momenteel wordt door de stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg hard gewerkt aan het opstellen van een groot aantal uitvoeringsrichtlijnen voor restauratiewerk. Een opdrachtgever zou ervoor kunnen kiezen om zelf gecertificeerde restauratiespecialisten in te zetten. De kwaliteit van het werk is dan geborgd. Wordt de ERB-gecertif iceerde hoofdaannemer nu overbodig?

‘De ERB-aannemer is de coördinator in het restauratieproces. Hij kan overkoepelend werken, ziet de samenhang van alle afzonderlijke bouwwerkzaamheden en kan vanuit deze positie kwaliteitsborging bewerkstelligen. De totstandkoming van de richtlijnen voor restauratiedisciplines is vooral zinvol, omdat de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden daardoor zal verbeteren. Maar het is niet zo dat het inschakelen van onderaannemers, die volgens bepaalde richtlijnen gecertificeerd zijn, vanzelf tot kwaliteitsverbetering leidt op een restauratieproject. Dat is echt een misvatting. Goede coördinatie is en blijft onmisbaar. En het vakkundig begeleiden van het complexe restauratieproces is nu juist de kernkwaliteit van de ERBaannemers. Overigens lopen we wel het gevaar dat de grote hoeveelheid richtlijnen, die momenteel worden ontwikkeld, te veel wordt voor de markt om nog wijs uit te worden. Er dient goed afgewogen te worden voor welke restauratiedisciplines richtlijnen worden opgesteld’.

Is het zinvol om de uitvoeringsrichtlijnen voor restauratiedisciplines te koppelen aan restauratiebestekken?

‘De richtlijnen beschrijven vrijwel alle in een restauratieproject voorkomende werkzaamheden. Dit werk hoeft dus niet meer overgedaan te worden in een bestek. Er kan worden volstaan met een verwijzing naar de toepasselijke richtlijnen. Het is dus zeker zinvol om richtlijnen te koppelen aan bestekken. Deze aanpak is niet alleen zinvol voor bestekschrijvers. Ook zal het gebruik van eenduidige omschrijvingen het aantal interpretatieverschillen tot een minimum beperken. Dit zal al in de aanbestedingsfase merkbaar zijn; er komt een betere prijs-kwaliteitverhouding tevoorschijn. Dat de kwaliteit van het uitgevoerde werk uiteindelijk verbetert, is te danken aan de strenge omschrijvingen van het werk in de richtlijnen. Alleen goed opgeleide en ervaren restauratievaklieden kunnen hieraan voldoen. En zo hoort het ook’.

Als ERB-bedrijven worden aangesproken door opdrachtgevers met klachten over het uitgevoerde werk, wat doen jullie daar dan mee?

‘Ondanks alle inspanningen zijn fouten niet uit te sluiten. Helaas worden klachten maar zelden geuit. Dat is jammer, want een goed verholpen klacht leidt doorgaans tot grote tevredenheid. Bovendien kunnen wij als bedrijven leren van onze fouten. De ERB-bedrijven hebben als uitgangspunt om open te staan voor klachten. Ook kan een opdrachtgever een beroep doen op de klachtenregeling van de Vakgroep Restauratie. Er wordt dan een onafhankelijke deskundige ingeschakeld, die de gemelde gebreken inspecteert. De ledengroep bespreekt momenteel mogelijkheden om de tevredenheid én ontevredenheid van haar opdrachtgevers beter in beeld te krijgen’.

sparren met de leden

Het beleid van de Vakgroep Restauratie wordt bepaald door de ledengroep. Om de visie van de 35 leden over actuele onderwerpen goed te inventariseren, begeleidt communicatietrainer Peter Reijers geregeld prikkelende brainstormsessies met alle leden. De gezamenlijke visie die voortkomt uit deze sessies vormt de leidraad voor de activiteiten van de branchevereniging. In de laatste ledenvergadering werd het thema ‘restauratiekwaliteit’ uitgediept.

RESTAURATIE VILLA VIJVERSBURG MET BEZOEKERSPAVILJOEN

Het buitenverblijf Vijversburg in Tytsjerk, dat door Stadhouder Georg Schenk van Toutenburg is aangelegd, dateert uit 1528. In 1808 koopt Age Binses Looxma III - koopman te Leeuwarden - dit buiten. Zijn voorouders waren in de 17e eeuw zilversmeden en regenten in Sneek. In 1843 gaat het echtpaar Ypeij-Looxma wonen op Vijversburg. Een jaar later bouwden zij de huidige monumentale villa.

Stichting Op Toutenburg vatte onlangs het idee op dit buitenverblijf te benutten om het toerisme in de regio te versterken. Het park wordt verdubbeld in oppervlakte, villa Vijversburg wordt gerestaureerd en annex aan de villa wordt een nieuw paviljoen voor bezoekers en een podium in het bestaande park gerealiseerd. Volgens de planning zullen de werkzaamheden eind 2014 voltooid zijn.

De restauratie van de villa bestaat voornamelijk uit het herstellen van de gestucte buitenmuren, het isoleren van de daken en ook de ramen, kozijnen en deuren ondergaan een opknapbeurt.

In het interieur worden enkele ruimten naar de originele staat teruggebracht en aangepast vanwege de koppeling met de nieuwbouw van het bezoekerscentrum en de terrastuin. De Regentenkamer springt hierbij het meest in het oog door het rijk gedecoreerde gestucte plafond. Het pand is geheel onderkelderd en daarin zijn nog de originele hardstenen vloeren en authentieke voorraadkasten inclusief eierrek te vinden.

Het nieuw te bouwen bezoekerscentrum wordt aan de zuidoostzijde van Villa Vijversburg gerealiseerd. De nieuwbouw en de villa zijn aan elkaar verbonden, waardoor zij als een geheel functioneren en het mogelijk is onderling functies uit te wisselen. Het ontwerp is van de hand van de Japanse architect Junya Ishigami. Het wordt opgetrokken uit gelaagd, gehard en gebogen glas, zodat het een transparante uitstraling krijgt. Men verwacht dat met de uitbreiding jaarlijks 150.000 bezoekers naar het park getrokken kunnen worden. In het park zijn straks meer mogelijkheden voor beeldententoonstellingen, kleinschalige muziek- en toneelvoorstellingen en horeca.

Projectinformatie:

Opdrachtgever: Stichting Op Toutenburg
Aannemer: Jurriëns Noord bv

Colofon

Juni 2013
Dit is een uitgave van de Vakgroep Restauratie, de branchevereniging van erkende restauratie bouwbedrijven.
Postbus 2079
3800 CB Amersfoort
Tel: 033 465 94 65
info@vakgroeprestauratie.nl
www.vakgroeprestauratie.nl
Redactie: Agnes van Alphen,
Irene Stevens, Ad Wonders
Ontwerp en realisatie: Ontwerpgroep Lâle, Amersfoort
Foto’s en illustraties zijn aangeleverd door:
Bouwbedrijf Burgy BV, Leiden, SOS Vakmanschap/SVGB, MVGM, Herenhuis/NRF, Robert-Jan Stokman en Jurriëns Noord bv.