Toegevoegde waarde voor de klant

Parc Glorieux, VughtDe restauratieopgaaf is in rap tempo aan het veranderen, ik schreef er op deze plaats vaker over. Met de veranderingen in de opgaaf wijzigen ook onze opdrachtgevers. Voorheen waren onze opdrachtgevers vooral gericht op behoud en beheer van erfgoed in traditionele zin. Tegenwoordig is behoud door ontwikkeling de drijfveer van veel opdrachtgevers. Behoud en ontwikkeling van monumenten is echter weerbarstige materie: het vergt inhoudelijke kennis van zaken, maar ook ervaring met het proces om de nodige voortgang te kunnen garanderen. Toegevoegde waarde voor de klanT De restauratieaannemer heeft zijn klant daarbij veel te bieden. Veel meer dan het uitmuntende vakmanschap, de kennis van materialen en de betrokkenheid waar hij bekend om staat. Zijn toegevoegde waarde is breed en kan betekenisvol zijn voor de klant.

Zo kan zijn praktische ervaring bijdragen aan de beoordeling van de onderhoudstoestand van een gebouw. Hierdoor ontstaan realistische plannen en tegenvallers tijdens de uitvoering worden voorkomen. Als geen ander weet hij daarbij de juiste onderhoudscyclus van een monument te bepalen, waardoor de vaak dure steigers efficiënt worden benut. Een partiële en conserverende aanpak is kenmerkend voor de restauratieaannemer: door lokaal in te grijpen, kunnen veel kosten worden bespaard en blijft historisch materiaal maximaal behouden. Ook zijn kennis van restauratiekosten is nuttig, met name bij haalbaarheidsonderzoeken. Maar ook op het gebied van vergunningen en subsidies kan hij van toegevoegde waarde zijn: hij heeft vaak met dit bijltje gehakt en zijn kennis en ervaring geven hem overtuigingskracht, die veel opdrachtgevers kan helpen in deze vaak lastig te doorgronden trajecten. Momenteel treden we als Vakgroep Restauratie in overleg met onze omgeving. Om af te stemmen wat de opgaaf van vandaag voor expertise vraagt, wat wij als restauratieaannemers te bieden hebben en hoe we gezamenlijk met onze omgeving steeds nieuwe kennis en expertise kunnen ontwikkelen.

Boudewijn de Bont
Voorzitter Vakgroep Restauratie
November 2012

Afbreken of investeren in renovatie?

Katendrecht, Rotterdam“Wij zijn er om het duurzame gebruik van bestaande gebouwen te bevorderen. Er is namelijk een keuze als een gebouw leeg komt te staan: afbreken of er zorgvuldig mee omgaan en dan investeren in renovatie en transformatie”. Aan het woord is Josine Crone, beleidsadviseur van het Nationaal Renovatie Platform (NRP). De Vakgroep Restauratie heeft zich onlangs aangesloten bij deze nieuwe organisatie, die is voortgekomen uit de Nationale Renovatie Prijs (nu de Gulden Feniks). Een prijs die is bedoeld om het belang van het duurzaam gebruik van bestaande gebouwen te benadrukken; herbestemming geeft een bestaand gebouw immers weer toekomst. Het NRP manifesteert zich actief in de breedte van de bouwen vastgoedsector. De leden van de Vakgroep richten zich meer en meer op herbestemmingen van monumenten, beeldbepalende gebouwen en industrieel erfgoed. Een samenwerking tussen deze twee partijen lag dus voor de hand. We spreken met Josine Crone over de kracht van deze nieuwe samenwerking.

Andere denk- en werkwijze

“De bestaande gebouwde omgeving biedt door herontwikkeling, maar ook door gebiedstransformatie, kansen voor waardevermeerdering. Dit vraagt om een heel andere werken denkwijze en vakbekwaamheid dan nieuwbouw.We moeten ook soepeler en creatiever met het gebruik van vastgoed omgaan, want veel vastgoed is immers voor meerdere functies geschikt te maken. Denk aan de veel voorkomende combinatie van wonen en werken”, aldus Josine Crone. “De toegenomen waardering voor architectuur uit de vorige eeuw speelt bij herontwikkeling en gebiedstransformatie een grote rol. Juist op dat vlak vindt het NRP in de Vakgroep Restauratie een deskundige partner”.

Conservatoriumhotel, Amsterdam

NRP-academie

Het NRP wil dynamisch en duurzaam gebruik van vastgoed bevorderen door het imago van renovatie en transformatie te verbeteren. Er worden studiedagen georganiseerd en ook zijn binnen het NRP werkgroepen actief, die zich inspannen om de randvoorwaarden voor renovatie en transformatie te verbeteren. De jaarlijkse uitreiking van de Gulden Feniks op de Provada voor het mooiste herontwikkelingsproject werkt eveneens stimulerend om creatief om te gaan met de bestaande gebouwen in onze omgeving. Binnenkort opent de inzendingstermijn voor de Gulden Feniks 2013.

Bij het werken aan bestaande gebouwen ontstaan andere risico’s dan in de reguliere nieuwbouw. Zo vinden de werkzaamheden vaak plaats in bebouwd gebied met kleine bouwplaatsen, de overlast voor de omgeving dient dan beperkt te blijven. Soms blijven gebouwen gewoon in gebruik tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Er spelen veel gevestigde belangen een rol. Dit soort risico’s kunnen worden getackeld met technische expertise, vernieuwende samenwerkingsvormen, goede omgang met belanghebbenden en zeker ook met een daadkrachtige visie op de kansen en mogelijkheden van een project. Het NRP richt zich op deze complexe en uiterst actuele opgave en wil de kennis, Katendrecht, Rotterdam die hiermee vergaard is, graag overdragen.

Hiertoe wordt de NRP Academie in het leven geroepen, waar met ingang van september 2013 een gerichte opleiding op HBO+/WO niveau voor dit nieuwe vakgebied wordt gegeven. Ook hier kan de Vakgroep Restauratie van betekenis zijn en haar invloed uitoefenen, stelt Josine Crone. “De kennis van herbestemmen en restaureren vanuit de bouwpraktijk zal in de opleiding worden opgenomen. Hoe monumentale gebouwen op waarde kunnen worden ingeschat en hoe de monumentale waarde kan bijdragen aan een economische waarde, zijn vragen die daar behandeld zullen worden. Bestaande rekenmodellen moeten hierop worden aangepast en de ervaringen van de Vakgroepbedrijven zijn hiervoor relevant”.

Nationaal Renovatie Platform

Omgevingswetgeving

Het NRP werkt aan professionalisering van het vakgebied en bovendien bundelt het NRP de krachten van partners, fellows en begunstigers om het duurzame hergebruik van de bestaande gebouwenvoorraad te stimuleren. In het platform ontmoeten bedrijven en organisaties uit de breedte van de bouwen vastgoedsector elkaar. Ook de lobby van het NRP is gericht op de zorg voor het maatschappelijk belang van de bestaande gebouwenvoorraad, zodat dit een hoge prioriteit krijgt op de agenda van bestuurders en investeerders. “Het NRP zal de samenwerking met herbestemmingsConservatoriumhotel, Amsterdam programma’s, die worden gestuurd vanuit de overheid, graag aangaan. Ook de verbetering van de randvoorwaarden en wetten – deze waren altijd geënt op groei en nieuwbouw en niet gericht op dynamisch gebruik van vastgoed – is een lobby van het NRP om een aanpassing te bewerkstelligen in onder andere de omgevingswetgeving”, sluit Josine Crone af.

Sionskameren krijgen een nieuwe toekomst


In de 15e eeuw liet de Utrechtse schoenmaker Claes Govertz in de tuin achter zijn huis aan de Nieuwe Gracht in Utrecht twaalf huisjes bouwen voor armen en sionskameren krijgen een nieuwe ToekomsT ouden van dagen: de ‘Sionskameren’. Later, in 1640, werden nog drie van deze vrijwoningen bijgebouwd. Govertz hoopte met het verrichten van deze goede daden een plekje in het hiernamaals zeker te stellen. In 1957 werd de helft van de huisjes gesloopt, de andere helft is recent weer ontdekt en krijgt een nieuwe toekomst als woning / bed & breakfast. De restauratieen herbestemmingswerkzaamheden werden uitgevoerd door Jurriëns Monumenten Onderhoud uit Utrecht. Meer informatie

Discussies op internet

Op internet wordt door duizenden mensen
van alles gezegd en gedacht over ons vakgebied.
Via de site www.linkedin.com kunt
u meedenken. Hier een kleine greep uit de
discussies. Wat vindt u ervan? Kijk op de
site en geef uw mening.

Discussiegroep Herbestemmen van leegstaand vastgoed
(ca. 9.000 volgers):

  • Peiling: wat is het verschil tussen transformeren en herbestemmen?
  • Transformeren is het nieuwe herbestemmen.
  • Transformeren gaat over kantoren.
  • Herbestemmen gaat over monumenten.
  • Er is geen verschil.
  • Anders.
  • ‘Bouwgolf op til in zorgsector’ – Als we dat nu eens slim combineren met leegstand?
  • Wetsvoorstel wijziging Leegstandswet ingediend bij Tweede Kamer: ruimere mogelijkheden voor tijdelijke verhuur leegstaande gebouwen.

Discussiegroep erfgoed 2.0
(ca. 3.350 volgers):

  • Wat is Nederlands rol in buitenlands Nederlands erfgoed?
  • Nederland erfgoedland exit?

Discussiegroep Veilig Erfgoed RCE
(ca. 650 volgers):

  • Economische crisis maakt Grieks erfgoed kwetsbaar.
  • Beelden kunstroof Kunsthal een lachertje. Om je te schamen. Is dat ‘state of the art’...? Het geeft plaatsvervangende schaamte.

Discussiegroep de erfgoedstem
(ca. 1.235 volgers):

  • Nieuwe erfgoedprofessionals… waar halen we die vandaan?
  • Monumenten en politiek: een mogelijke coalitie?

Discussiegroep erfgoed en ruimte
(ca. 1.130 volgers):

  • Trendbreuk in de ruimtelijke ordening vraagt offensief kabinetsbeleid.
  • Herbestemmen van erfgoed in (toekomstige) krimpgebieden: zijn gemeenten en instanties hierop voorbereid?

Column crisis? nieuwe kansen!

De tijd van ongebreidelde groei is voorbij. Dat zal niemand zijn ontgaan, vooral in de bouwwereld niet. Grootschalige nieuwbouw en gebiedsontwikkeling behoren tot het verleden. De aandacht verschuift naar renovatie, hergebruik en herbestemming. Het tempo van verandering vertraagt. Dat betekent extra tijd voor bezinning en onderzoek. Toch raakt de crisis ook de cultuurhistorische discipline. Achter ons ligt de tijd van uitvoerig en autonoom onderzoek met het doel kennis en overzicht op te bouwen. Nu de onderzoeksbudgetten zijn verdampt, moet cultuurhistorisch onderzoek uit project potjes of door commerciële partijen worden gefinancierd. Daardoor stijgt de vraag naar bondige quickscans met praktische aanbevelingen voor actuele vraagstukken. Die actualiteit ligt vooral in de transformatie van de bestaande stad. Want de urgente opgaven zijn herstructurering, herbestemming en krimp. Daaraan een bijdrage leveren, dat vraagt van cultuurhistorici een ontwikkelingsgerichte en interdisciplinaire benadering. Een interessant historisch verhaal en een fixatie van waarden zijn namelijk onvoldoende, merkte ik jaren geleden. Bij actuele ontwerpopgaven is namelijk ook inzicht nodig in de aanwezige ruimte voor versterking, transformatie en sloop. Waar en waarom is een concept achterhaald en waar biedt het potentie? Uit ervaring weet ik dat samenwerking met ontwerpers daarbij noodzakelijk is. Zij kunnen de spankracht van een gebouw of gebied helpen duiden en in analytisch tekenwerk verbeelden. In die wissel werking bieden we elkaar iets waar vooruitkijkende opdrachtgevers ook echt mee vooruit kunnen. Ik geloof daarom dat cultuurhistorici, die deze toenadering zoeken, hun traditionele positie herijken en de vertrouwde denken werkpatronen tegen het licht houden, daadwerkelijk een rol van betekenis kunnen spelen bij de opgaven van vandaag en morgen. Denk daarbij aan de herontwikkeling van onderwijs gebouwen, de landschappelijke inpassing van grootschalige landbouw, het inpassen van nieuwe bestemmingen in leegstaande kantoren en het aandragen van contextuele perspectieven voor krimpgebieden. Volop kansen dus die we niet mogen laten liggen.

Leon van Meijel is eigenaar van bureau Van Meijel – adviseurs in cultuurhistorie
www.adviseursincultuurhistorie.nl

Het Broederplein in Zeist

Het Broederplein in ZeistIn 2011 heeft binnen het zeer korte tijdsbestek van een jaar een grootscheepse interne verbouwing plaatsgevonden van twee monumentale vleugels aan het Broederplein in Zeist.

Deze in eerste aanleg achttiendeeeuwse bebouwing was opgericht door de Hernhutters, die hierin bedrijven, winkels en woningen hadden gehuisvest. In 1967 is het zogenaamde Broederhuis geheel door brand verwoest. Het werd herbouwd en uitgebreid voor de huisvesting van de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg (nu RCE). In 2009 kwam het Broederhuis leeg te staan, omdat de RCE naar Amersfoort verhuisde.

De Evangelische Broedergemeente, nog steeds eigenaar van deze monumentale panden, gaf opdracht om het complex geschikt te maken voor verschillende huurders. Voor de herinrichting zijn vier compartimenten gemaakt, die onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren en qua indeling flexibel zijn te gebruiken. Om dat gescheiden gebruik mogelijk te maken, zijn onder andere nieuwe liften ingebouwd en zijn nieuwe installaties gemaakt.

Bij de hoofdvleugel aan het plein zijn koekoeken gemaakt om de kelderverdieping van voldoende daglicht te voorzien en daarmee geschikt te maken voor kantoorgebruik. Ook voor de ruimte onder de kap zijn extra daklichten gemaakt. De plaats is bepaald door Monumentenzorg, omdat deze gebouwen deel uitmaken van historisch gebied, dat onder rijksbescherming valt.

De korte vleugel aan de brede toegangslaan naar Slot Zeist is toegevoegd in 1970, geheel in stijl van de oorspronkelijke bebouwing. Voor de recente herinrichting heeft de architect qua kleurgebruik en inrichting onderscheid gemaakt tussen de korte nieuwere vleugel en de oudere hoofdvleugel.

Projectinformatie:

Architect: Van Hoogevest Architecten, Amersfoort
Aannemer: Den Hoed Aannemers, Bergambacht
Installaties: Van Dorp Installaties

In het nieuwere deel zijn onderwijsruimtes gemaakt, waaronder een collegezaal. Hier zijn moderne kleuren toegepast, terwijl in het oude deel aansluiting is gezocht bij de historische kleuren.

Colofon

November 2012
Dit is een uitgave van de Vakgroep Restauratie, de branchevereniging van erkende restauratie bouwbedrijven.
Postbus 2079
3800 CB Amersfoort
Tel: 033 465 94 65
Email: info@vakgroeprestauratie.nl
Internet: www.vakgroeprestauratie.nl
Redactie: Agnes van Alphen, Irene Stevens, Ad Wonders.
Foto’s en illustraties zijn aangeleverd door: Aan.bedrijf Nico de Bont B.V., NRP, Van Hoogevest Architecten, Arjen Veldt, Jurriëns Monumenten Onderhoud, Den Hoed Aannemers BV