Trapjeshuis stapsgewijs verbeterd

Gebouwd met een goed gevulde portemonnee

Tekst Els Arends | Foto's De Bonth van Hulten

‘Restaureren is een prachtvak’

Toon van Mook gaat in januari 2018 met pensioen. Hoe kijkt hij terug op zijn lange loopbaan? ‘Bouwen is het mooiste wat er is. Ik ben begonnen op de LTS en deed zowel de opleiding timmeren als metselen. Daarna ging ik door naar de MTS. In 1975 had ik mijn eerste baan bij een architectenbureau, maar ik miste de sfeer van het bouwen. Het was wel leerzaam om een jaar getekend te hebben. Als ik ging kijken wat de timmerman had gemaakt, zag het resultaat er soms heel anders uit dan ik had gedacht, maar het was wel precies volgens mijn tekening gemaakt. Na een jaar, in 1976, ben ik overgestapt naar De Bonth van Hulten. Natuurlijk is het vak veranderd, onder meer door de komst van CNC-machines en nieuwe materialen. Er wordt ook anders gewerkt. Vroeger volgde je precies de tekening. Nu kan de vakman meer inbrengen en adviseurs waarderen dat. Dat is mooi en het resultaat wordt beter. Je behoedt elkaar voor fouten. Je moet zelf blijven nadenken. Met de juiste collega’s en onderaannemers om je heen gaat restaureren vanzelf. Het is een prachtvak!’

Vakgroep Restauratie

De Bonth van Hulten uit Nieuwkuijk is aangesloten bij de Vakgroep Restauratie, de landelijke branchevereniging van erkende restauratiebouwbedrijven. De achtendertig leden van de Vakgroep Restauratie nemen samen tweederde van de restauratiebouwproductie in ons land voor hun rekening, variërend van onderhoud en restauraties van woonhuizen tot herbestemmingen van fabriekscomplexen en kerken. De Vakgroep zet zich al ruim dertig jaar in voor het waarborgen van kwaliteit, innovatie, het behoud van ambachtelijk vakmanschap en treedt op als belangenbehartiger en gesprekspartner binnen de restauratie- en monumentenwereld. De leden van de Vakgroep Restauratie voldoen aan strenge kwaliteitsnormen.

Voor meer informatie over De Bonth van Hulten: www.debonthvanhulten.nl.

Oudste huis van Veldhoven

De Kapelstraat Noord herbergt het oudste huis van Veldhoven: het Trapjeshuis, zo genoemd vanwege zijn opvallend gezwenkte trapgevels. Het pand werd in 1750 gebouwd voor 3.400 gulden, een fortuin in die tijd. ‘Het geld is goed besteed’, vertelt Toon van Mook van De Bonth van Hulten, die de restauratie van het rijksmonument leidt: ‘De anderhalf steens muren komen tot de verdiepingsvloer, wat het huis robuustheid verleent. Het staat er nog steeds strak en goed bij.’

 Het Trapjeshuis onderging door de eeuwen heen vele wijzigingen, maar die in 1967 werden hem bijna fataal. De gemeente, toen eigenaar, besloot het pand te verhuren aan een meubelmaker met de afspraak dat deze het zou restaureren. Dat deed hij - en hoe! Het authentieke interieur verdween rigoureus en de oorspronkelijke aanbouw aan de achterkant werd geheel vervangen. Gelukkig bleef het exterieur verder intact.

Belangen verenigen

Na het bouwhistorisch onderzoek door Buro4 en uitvoerig overleg met de Monumentencommissie ging de restauratie van start. Het Trapjeshuis is een van de laatste projecten van Toon van Mook. In januari 2018 gaat hij na 42 jaar dienst bij vakgroepslid De Bonth van Hulten met pensioen (zie kader). Toon heeft dus wel zo’n beetjes alles gezien wat er te zien valt in het restaureren en heeft zijn eigen filosofie over het vak: ‘De opdrachtgever wil zijn wensen graag vervullen, de Monumentencommissie wil de monumentale waarden van het pand behoeden. Ieder heeft zijn eigen belang. Wij laveren daartussen. Bij tegenstrijdige belangen leidt een gesprek tot de beste oplossing.’

Balans bewaren

De Bonth van Hulten pakt de buitenschil van het Trapjeshuis aan, dat wil zeggen de gevels, het dak, kozijnen, ramen, deuren, plafond en de vloeren. Het huis is na de restauratie constructief weer helemaal in orde. De authentieke onderdelen worden zoveel mogelijk bewaard en alleen vervangen als het niet anders kan. ‘Bij dat alles willen we een goede balans bewaren tussen behoud van monumentale waarden, verbetering van het pand als woonhuis en de portemonnee van onze opdrachtgever’, legt Toon uit. De gevels zijn opgemetseld in baksteen van een uniek formaat. Toon is dit formaat nooit eerder tegengekomen. Het huis heeft, hoewel degelijk gebouwd, in de loop van bijna driehonderd jaar her en der schade opgelopen. De schoorsteen aan de achterzijde was bijvoorbeeld kapot gevroren. Die is nu hersteld met nieuwe, speciaal gemaakte bakstenen, net als sommige ‘geveltrapjes’.

Kromme bomen

Het huis heeft een prachtige kapconstructie, gemaakt van kromme delen. ‘Bomen werden in een boog gespannen, zodat ze in de juiste kromme zouden groeien. Zo kon de timmerman voor de spanten gebruik maken van de vorm van het hout. Dat rondgezaagde hout is prachtig vakwerk van de achttiendeeeuwse timmerlieden’, legt Toon uit. Het dak zelf was echter aan vervanging toe. Over de historische constructie kwam een geheel nieuwe dakconstructie. Vanaf de borstwering zijn hiervoor nieuwe sporen (balken, red.) van 7,5 meter gebruikt. Daar is Toon zichtbaar trots op: ‘Mooi, zo lang!’ De afstand tussen de sporen is aangepast aan de breedte van de nieuwe dakramen. Het nieuwe dak werd uiteraard geïsoleerd. ‘Het dakbeschot mocht niet te dik worden. Met heel dun isolatiemateriaal konden we het dak zo maken dat het én voldoet aan de isolatie-eisen én niet boven de trapjes van de zijgevels uitsteekt. Het uiterlijk van het dak aan de buitenzijde kon daardoor gehandhaafd blijven.’ De kozijnen, ramen en deuren worden stuk voor stuk beoordeeld en hersteld dan wel vervangen. Op een aantal plekken blijken belegstukken op de oorspronkelijke kozijnen geplaatst te zijn. De ruim drie eeuwen oude kozijnen vertonen bouwsporen. De voordeur is bijvoorbeeld veel lager geweest. Je ziet duidelijk de sporen van het kalf (horizontale regel in kozijn, red.) op circa 180 centimeter hoogte in het kozijn zitten. Toon geniet van de charme van de oude kozijnen van zesduims eiken. ‘Dat zie je niet meer in nieuwbouw; eiken moet twintig tot vijfentwintig jaar drogen en dan is het nog niet helemaal droog.’

Spelderwerk

Mooie, authentieke elementen zijn de troggewelfjes. Die zijn met takjes en twijgjes tussen de kinderbinten gevormd en vervolgens aangesmeerd met leem. Dit fenomeen is typisch voor Zuidoost-Nederland en wordt spelderwerk genoemd. Over het spelderwerk is later nog een laag kalkmortel aangebracht. De Bonth van Hulten laat een gespecialiseerde aannemer de gewelven in deze oorspronkelijke techniek herstellen. Het materiaal van de troggewelven mag niet nat worden. Dus, voordat het dak eraf kon, moest de verdieping een waterdichte vloer hebben. Na de restauratie wordt het huis voorzien van een binnenschil. Dat wil zeggen dat alle gevels voorzetwanden krijgen, zodat een spouw ontstaat. De voorzetwanden komen tot het dak. Zo kunnen de oorspronkelijke gevels met rust gelaten worden en is tegelijk het probleem van een isolatielek tussen buitenmuur en dak opgelost. De vaklieden van het restauratiebedrijf leveren een mooie basis af. Op naar de volgende fase: opbouw en afwerking van de binnenzijde.

Download hier het artikel (PDF).

069.jpg

068.jpg

067.jpg

066.jpg

065.jpg

064.jpg

063.jpg

062.jpg

061.jpg

060.jpg

059.jpg

058.jpg

057.jpg

056.jpg

055.jpg

054.jpg

053.jpg

052.jpg

051.jpg

050.jpg

049.jpg

048.jpg

047.jpg

046.jpg

045.jpg

044.jpg

043.jpg

042.jpg

041.jpg

040.jpg

039.jpg

038.jpg

037.jpg

036.jpg

035.jpg

034.jpg

033.jpg

032.jpg

031.jpg

030.jpg

029.jpg

028.jpg

027.jpg

026.jpg

025].jpg

025.jpg

024.jpg

023.jpg

022.jpg

021.jpg

020.jpg

019.jpg

018.jpg

017.jpg

016.jpg

015.jpg

014.jpg

013.jpg

012.jpg

011.jpg

010.jpg

009.jpg

008.jpg

007.jpg

006.jpg

005.jpg

004.jpg

003.jpg

002.jpg

001.jpg